Altijd wat

Zou jij hier willen wonen? Zou jij ‘Altijd wat’ willen hebben?

Ik fietste langs dit huis en móest er een foto van maken. Het geven van een naam aan je huis is een oude traditie. Je kent ze wel, ‘Zonnegloren’, ‘De Vier Winden’, ‘Duinzicht’, ‘Klein Paradijs’. Een verwijzing naar het uitzicht, een bepaalde boom op het erf of een wens over rust. Maar de naam ‘Altijd wat’, die had ik nog nooit gezien. 

Zou het een verwijzing zijn naar de omgevallen schutting? Naar de voortuin die nooit af komt? Of naar de gezinsleden, waar altijd wel wat mee aan de hand is? Naar de hond die dan weer diarree heeft en dan weer een sok heeft doorgeslikt? Of naar de wolken voor de zon? Of naar dit alles bij elkaar?

Je ziet, mijn eerste ideeën gaan over negatieve dingen; gedoe, tegenvallers, verstoringen. Je bromt ‘Altijd wat’, voegt daar je kleine of grote tegenslag aan toe en sluit af met een zucht. 

‘Altijd wat met de NS. Vertraging. Zucht.’ 

‘Het is ook altijd wat met hem. De ene keer is het de brug, de andere keer zijn rug. Zucht.’


Er is altijd wel wat aan de hand in een groot gezin, of in een bejaardentehuis. Altijd wel iets dat aandacht vraagt, misgaat of tussendoor komt. Wat te doen, wat te regelen, wat op te lossen. Wat nou weer? Het houdt niet op. Hier gaan we weer. De ene keer dit, de andere keer dat. Gedoe. ‘Altijd wat’ is van toepassing voor overal waar (veel) mensen zijn. Zou je kunnen zeggen dat wij, mensen, zorgen voor ‘altijd wat’?

Zo wordt ‘Altijd wat’ gebruikt als een berustende, licht klagende, constatering. Ik vond ook een Nederlandse zegswijze met ‘altijd wat’: ‘Altijd wat, zei de boer, toen zijn vrouw een tweeling kreeg.’ Er stond bij vermeld dat je van alles achter ‘Altijd wat’ kan zetten, bijvoorbeeld ook: ‘toen hij geen tabak meer had.’ Als het maar een tegenvaller of gedoe is. Probeer maar eens.

*

Maar is het woord ‘wat’ niet juist super neutraal? Het is een zeer vage verwijzing naar, ja, naar wat eigenlijk? Het kan naar van alles verwijzen. ‘Altijd wat leuks in de uitverkoop’ laat zien dat het ook op iets positiefs kan wijzen. Altijd wat te beleven met jou! We hebben altijd wat te bespreken. Er is altijd wat te vieren. Er valt altijd wat (iets) te lachen als we samen zijn.

*

Daar waar ‘wat’ vaag is, is ‘altijd’ juist absoluut. Nogal ongenuanceerd. Altijd, er zijn geen uitzonderingen. Daarvan kun je je afvragen, is dat zo?

Zou 'altijd' ook een vorm van geruststelling kunnen zijn? Iets dat blijft, hoe dan ook, in tegenstelling tot 'af en toe wat'? Net als het huis zelf, dat staat er ook altijd. Lekker duidelijk.

*

Terug naar mijn vraag: Zou je hier willen wonen? En 'Altijd wat' als naam boven je eigen deur? Voor een passant is het een grapje. En voor jezelf? Wat je er zelf van maakt. Ik denk dat de uitspraak ‘altijd wat’ ons veel vertelt over hoe we het leven verdragen of juist waarderen. We zijn in ieder geval betrokken.

En de vraag: Zou je ‘Altijd wat’ willen hebben? Mijn oma vond haar laatste levensjaar zo saai. Haar vriendinnen waren overleden, haar menu stond voor de hele week al vast, er gebeurde he-le-maal niets. Veel te saai. Zo is er altijd wat. 

Het kan juist een zegen zijn dat er altijd wat is. Het houdt je op de been; het maakt je mens. Wij, mensen, zorgen voor ‘altijd wat’. En ‘altijd wat’ maakt ons mens.