Kun je van denken je hobby maken?

We denken de hele dag door. Maar denken we dan ook echt? Of zijn het vooral vluchtige, onaffe flarden, herhalingen, gepieker en associaties? Écht denken gaat over produceren in het moment. Nieuw denken, dat wat je nog niet eerder gedacht hebt, dat wat je gisteren nog niet kon denken. Het vraagt iets anders: namelijk dat je bewust gaat zitten om nieuw denken te creëren. Zoals je gaat zitten om piano te spelen. Of te mountainbiken. Denken als... hobby?


Denken als hobby

Tijdens de opleidingen die ik heb gedaan tot praktisch filosoof, stond met regelmaat een filosofisch gesprek gepland. Na elk gesprek nam ik een vraag mee naar huis. Om zelf verder over na te denken. Maar eerlijk? Dat lukte me zeker niet altijd. Ik had wel de intentie, maar toch schoot het erbij in. Herkenbaar? Wat is het moeilijkste aan piano leren spelen? Je verwacht waarschijnlijk dat het moeilijkste is dat je meerdere dingen tegelijkertijd moet kunnen spelen, in verschillende ritmes en met beide handen. Nee. Het moeilijkste is om zelf regelmatig thuis te spelen. Veel mensen die pianoles krijgen, oefenen nauwelijks of niet. Wat denk jij, zit je eigenlijk wel op piano als je nooit thuis oefent? En hoe speel je piano zonder leraar? Hoe zet je jezelf aan het denken?


Hoe maak je van denken een gewoonte?

Als gedragsontwerper weet ik: om gedrag te laten slagen, heb je drie dingen nodig - op hetzelfde moment:

  • Een trigger. Iets dat zegt: ga nu zitten en denken. Het herinnert je eraan om te gaan denken. Bijvoorbeeld een opvallende uitspraak van een collega of van de kapper. Je rondslingerende notitieboekje. Of je agenda afspraak die je hiervoor hebt ingepland.

  • Motivatie. Je wílt het doen. Je hebt zin om zelf te denken. Omdat het je vrijheid geeft, omdat je tijdens het denken autonomie ervaart, omdat je verlangt om scherper te leren denken.

  • Vermogen. Je kúnt het doen. Je maakt het zo makkelijk mogelijk om te gaan zitten voor jouw denkonderzoek. Welke hindernissen kun je wegnemen; Wanneer ga je zitten? En waar ga je zitten? Heb je een vaste, fijne plek? Wat heb je nodig? Wat doe je als je vastloopt? En misschien nog wel de grootste hindernis: Waarover dan?!


Een experiment

Ik besloot het serieus te nemen:

  • Ik schrijf opvallende uitspraken of gedachten die ik gedurende de dag tegenkom direct op.

  • Ik plan een keer per week 30 minuten denksport in. In de ochtend, dan ben ik het scherpst.

  • Ik kies een vaste plek om te denken. Waar ik niet gestoord word.

  • Ik werk met pen en papier.


De ‘het is nooit af’ mentaliteit

Ik merk dat het verleidelijk is om snel genoegen te nemen met wat je hebt geproduceerd. Al helemaal nu er geen tweede denker is die je op een ander perspectief wijst. Hoe kan ik de mentaliteit ‘Het is nooit af, er valt altijd wel iets aan te onderzoeken’ aannemen? Ik introduceer een wekker; je blijft zitten, wat er ook gebeurt, tot de wekker gaat.

  • Ik blijf zitten. Tot de wekker gaat.


Denken zonder gesprekspartner?

Dat is moeilijker dan gedacht. Want wie prikt er door je eerste antwoorden heen als je alleen bent? Om mezelf te helpen, introduceer ik een denktechniek: de buur. Als ik vastloop, vraag ik me af: Hoe zou [mijn buur of vul maar in] hierover denken? Een fictieve ander, met een ander perspectief. Het helpt.

  • Als ik vastloop, vraag ik mijn buur om haar perspectief.


Beperkte houdbaarheid

Leuk, zo’n lijstje met opvallende uitspraken en gedachten, maar ik merk al gauw dat ik ze niet te lang kan laten liggen. De uitspraak/gedachte was mij die dag opgevallen en had mij gegrepen. Maar wanneer ik een week later opnieuw naar de uitspraak kijk, is mijn inspiratie verdwenen. Alsof de uitspraak niet meer bij mij leeft en haar functie als trigger verloren heeft. Ik neem mezelf voor om sneller na het opschrijven van een uitspraak/gedachte te gaan zitten en denken.

  • Als een uitspraak of gedachte me grijpt, ga ik direct zitten en maak gebruik van het momentum.


Pijnboompitten en verwijlen

Denken vraagt om verwijlen. Zoals bij het roosteren van pijnboompitten: je moet erbij blijven. Actief wachten. Met een hoofdletter “A”, want eventjes iets anders gaan doen, iets ruiken en terug rennen naar de pan om diepzwarte pitten aan te treffen, is niet actief wachten. Je moet echt bij je vraag/uitspraak blijven.

  • Ik blijf bij mijn vraag/uitspraak.


Denken als tweerichtingsverkeer

Soms merk je dat een belangrijk begrip uit de uitspraak terug begint te praten. Het komt steeds overal terug. Het achtervolgt je. Dan denk je niet meer alleen óver iets, maar mét iets. Jij en het begrip. Het begrip en jij. Daar waar je alleen begon, ben je nu als het ware samen. Ik denk dat je nu tegen jezelf kan zeggen: We zijn lekker bezig!

  • Ik zeg tegen mezelf: Wat zijn we toch lekker bezig! ;-)


Ik zit op denken

“Je mag mij de komende 30 minuten niet storen, ik ga weer denksporten.”, zeg ik tegen mijn man en installeer mij met een opvallende uitspraak.


Wil je ook op denken?

Boek een 1-op-1 flip sessie met mij.