3 tips voor het geven van suggesties
Hoe geef je suggesties die effect hebben? Stel je voor, je wil je team stimuleren om meer initiatief te nemen, wat zeg je tegen ze? Of je wil dat je puber na dit spelletje stopt en zijn huiswerk gaat maken. Wat zeg je? Of, je wil je sportklas aanmoedigen tot een zware oefening. Wat zeg je tegen ze? In al deze situaties draait het om welke woorden je kiest.
Kijk wat lukt vandaag
“We gaan een balans oefening doen. Kijk hoe jouw balans is vandaag.” Dit is de opdracht van mijn pilates lerares, achter in de 50 én extreem fit. Ze staat op één been, voorovergebogen met een lange, gestrekte rug naar voren. Zo’n houding waarvan je denkt: “Haha, onmogelijk!” Dat laatste woordje “vandaag” lijkt een kleine toevoeging, maar is een extreem belangrijk woord. “Vandaag” geeft ruimte. Ruimte aan degenen die constant omvallen. Zij kunnen denken: gewoon rustig blijven proberen, morgen is het weer anders. Én ruimte aan degene die heerlijk op één been te staan balanceren, zij weten: vandaag gaat het super en ik moet dit natuurlijk blíj́ven trainen, om dit morgen (of volgend jaar) nog steeds te kunnen.
De Hook loop en… Actie!
In mijn eerdere blogs onderzocht ik de kracht van triggers, variabele beloningen en investeringen om positief gedrag te stimuleren. Vandaag is de laatste knop om aan te draaien uit het Hook model aan de beurt: actie. Wat is een passende actie die we van de ander kunnen vragen? En hoe kunnen we dat het beste vragen?

Hook loop, Nir Eyal
Wat als iedereen anders is?
Aan een grote tafel in het Radboudumc spreek ik met elf mensen met Parkinson. We praten over de ziekte, of ze meer zouden willen bewegen (ja!) en waarom ze dat nog niet doen (het is zo vroeg donker, het regent, mijn boek is zo spannend) . Wat opvalt is dat ze alle elf totaal anders zijn. Hun symptomen lopen nogal uiteen, wat ze nog kunnen en wat niet meer is erg verschillend en hoe ze daar mee om gaan is ook bij iedereen anders. In samenwerking met Bas Bloem ontwikkelde ik een app om mensen met Parkinson te stimuleren meer te bewegen. Een uitdaging, want hoe zorg je ervoor dat 500 mensen met Parkinson een jaar lang meer bewegen, terwijl ze met verschillende symptomen, uitdagingen en beperkingen dealen? Om goede suggesties (passende acties) te geven, heb ik van alles uitgeprobeerd. Wat werkt, wat niet? Ik deel drie tips met je:
Tip 1: Wees concreet én vaag
Stel, ik zou zeggen: ‘Ga meer bewegen’, dan voel je al dat dat veel te vaag is. Wat dan? Hoeveel dan? Wat telt precies als bewegen? Dit helpt niet.
Stel, ik zou zeggen: ‘Loop nu vier keer de trap op en af.’ Dan voel je zoiets als: Ai, ai, kapitein! Misschien ben je niet meer in staat om trap te lopen of heb je geen trap in de buurt. Bovendien zit je nu waarschijnlijk net wat anders te doen. Te concreet.
Wat dan wel? Geef de ander autonomie door hem niet het gevoel te geven dat hij geforceerd wordt (Self-Determination Theory, Deci & Ryan). Bied een paar concrete opties waar diegene zelf uit mag kiezen; Ik heb een paar suggesties: een blokje om, even bij iemand langs of wat tuinwerk. Wat past bij jou? Als er echt maar één optie is, dan kan je de ander toch autonomie geven door hem het moment te laten kiezen waarop hij dat gaat doen.

Wat tuinwerk dan maar
Tip 2: Wees voorspelbaar én verrassend
Ons brein is een grote voorspelmachine, maar wordt geprikkeld door verrassing. Hoe gaan voorspelbaarheid en verrassing samen? Kun je iets bedenken dat voorspelbaar én verrassend is? Bijvoorbeeld het nieuwe seizoen van je favoriete serie. Of een vegetarische worst (zelfde uiterlijk, andere ingrediënten).

Worst ken ik. Ik weet hoe ik dat moet bereiden.
Tip 3: Suggereer succes
Even terug naar mijn pilates lerares, gebruik woorden die ruimte geven, die oneindig kansen bieden. Praat niet in termen van ‘lukken’ of ‘mislukken’. Mijn lerares zegt niet: ‘Kijk of het vandaag lukt’. Dan kan de oefening dus lukken of mislukken. Nee, ze zegt: ‘Kijk wat lukt vandaag’. Ze suggereert hiermee dat het sowieso lukt! 💪

Haha, ónmogelijk!